
Alie Willeman sliep op vrachtschip vol handgranaten tijdens Tweede Wereldoorlog: ‘Ik raak toch weer geëmotioneerd, ook na tachtig jaar’
18 april 2025 om 17:00 AchtergrondHARDERWIJK Alie Willeman heeft een goed geheugen. Voor de details van een bijzonder spannend avontuur in de late oorlogsjaren vertrouwt ze toch liever ook op de herinneringen van haar vader. Die tekende ze op uit zijn mond toen hij al 93 was. Voor de krant blikt Alie terug op een explosieve oorlogsbelevenis.
Martin Vesseur
,,Ik was een jaar of zeven in de tijd dat mijn vader voor de Rotterdamsche Kolen Centrale voer”, vertelt Alie Willeman. In die tijd was dat een van de grootste detailkolenhandelaren in Europa. „Doorgaans voeren we naar het Limburgse Born om daar kolen op te halen en die dan terug in Rotterdam weer te lossen. Het schip heette Billy, mijn ouders waren er na hun trouwen meteen op gaan wonen. Het kwam ook voor dat er een andere bestemming was, en dit verhaal begint daar dan ook: het was de bedoeling om te lossen in Den Helder.” Wat er toen gebeurde, maakt goed inleefbaar dat in de Tweede Wereldoorlog ook het gewone, alledaagse leven plotseling op zijn kop kon staan.
BESLAG
Toen de Billy met een leeg ruim aan de kade in Den Helder lag, werd het door Duitse soldaten gevorderd. Bovendien vulde de Duitse bezetter het ruim onmiddellijk met een grote lading handgranaten, die Harderwijk als bestemming hadden. Daarmee veranderde het thuis van het gezin Willeman van het ene moment op het andere in een levensgevaarlijke drijvende bom. Tijdens het een of twee dagen durende verblijf aan de kade gooiden de soldaten handgranaten in het water, vertelt Alie uit haar eigen herinnering: „Dat gaf dan een vreselijke knal en daarna kwamen tientallen vissen met gescheurde buik bovendrijven. Ik vond dat verschrikkelijk.” Tenslotte werd een zeiljacht aan het schip vastgemaakt en werden beide schepen door een sleepboot naar Amsterdam gesleept. De Billy voer niet zelf maar werd standaard gesleept. Alies vader wilde dat zijn vrouw en de drie kinderen van boord zouden gaan. „Hij had in het leger gezeten, dus hij wist hoe gevaarlijk de lading was. Maar mijn moeder weigerde te vertrekken, ze zei ‘ik blijf bij je wat er ook gebeurt’.”
![]()
Alie Willeman: „Duitse soldaten stopten het schip van mijn vader vol handgranaten.” - Credit
VLIEGTUIGDREIGING
Eenmaal aangemeerd aan de Amsterdamse Westerkade hield de sleepbootkapitein het voor gezien. „De Duitsers moesten op zoek naar een nieuwe sleepboot, maar niemand had daar trek in. Hadden ze een kapitein, dan hadden ze weer geen machinist.” Tenslotte kwam er toch een sleepboot. De tocht naar Harderwijk was nog maar nauwelijks begonnen toen pal na de Oranjesluizen Engelse vliegtuigen overkwamen. Het gezin ging er haastig vandoor in een roeiboot. „Het aan wal gaan was zo chaotisch dat mijn zus haar enkel verstuikte”, vertelt Alie hierover. ,,Maar gelukkig werden we een paar uur lang opgevangen door heel aardige mensen.”
Midden in de nacht, midden op de toenmalige Zuiderzee, vond de kapitein van de sleepboot de dreiging van Engelse bommenwerpers te gevaarlijk en eiste dat ze voor anker gingen. Weg sleepboot. „De Duitsers zijn toen telegrafisch contact gaan maken met Harderwijk. Zelfs de rivierboot van de politie daar had er eerst geen trek in, maar onder dwang van de bezetter kwamen ze ons de volgende ochtend toch wegslepen.”
„Die Duitse soldaten waren jongens van twintig jaar of zo. Pa heeft nog aardappelen voor ze gebakken aan boord. In ruil daarvoor kreeg hij heel veel suiker en nota bene een fiets. Natuurlijk een gestolen fiets! Die is toen snel opgeborgen in de roef.”
BOM
Achteraf had Alie nog een andere vraag aan haar vader willen stellen. Over de bom die een dag voor hun aankomst in de haven van Harderwijk moet zijn ontploft. „Dat was op de plek waar vroeger de plezierjachten lagen. Mijn vader heeft altijd gedacht dat die bom bestemd was voor onze munitielading, maar meer weet ik hier niet over. Wel een griezelig idee.”
In Harderwijk gingen moeder en kinderen zo snel mogelijk van boord. Via de gereformeerde gemeente vonden ze onderdak bij de familie Randewijk. „Daar zijn we een korte periode als evacuees in huis geweest, een vrijstaand huis met een boom vol heerlijke perziken! Het moet dus augustus zijn geweest of zo.” Kort daarna konden ze terecht boven de naaimachinewinkel van Den Ouden aan de Hoogstraat. Het schip Billy was intussen gelost en opnieuw geladen met kleding voor transport naar Duitsland.
KORENVELD
„Maar vader was ondergedoken in onze tijdelijke woning. Op een middag speelde ik op straat en vroeg een Duitse motorordonnans: „Waar woont hier de schipper?” Maar wij waren gewend om onze mond te houden, je mocht nooit iets vertellen. Dus gauw pa gewaarschuwd en die heeft zich de rest van de dag in een korenveld schuilgehouden.” Ook moeder kreeg het te verduren. „Ze moest zich melden in een grote villa in Ermelo waar de Sicherheitspolizei zat. Of ze wist waar de schipper was. Dat is haar niet in de koude kleren gaan zitten, zulke oproepen waren gevaarlijk.”
EMOTIONEEL
Het laatste wat Alie weet van het schip waarop ze als kind woonde is dat het bij de Duitse Wadden door drie voltreffers is geraakt en ten onder is gegaan. „Dat zal mijn vader op het werk hebben gehoord.” Betere herinneringen heeft Alie aan de bevrijding. „De tanks rolden door de straten hier, de Canadezen en ook de mensen hier klommen er bovenop. Ze deelden chocola en sigaretten uit, echt een feest om nooit te vergeten. Weet je, nu ik erover vertel, raak ik toch weer geëmotioneerd, ook na tachtig jaar.”












