
Columnist Marjolein Backx-Rietbergen werd even met de neus op de feiten gedrukt: ‘Emancipatie had in mijn hoofd een loopje met me genomen’
12 oktober 2023 om 10:00 ColumnPUTTEN Een paar jaar geleden besloot ik de overstap te maken van een grote autodealergarage naar een goed aangeschreven garage in het dorp. Na een seizoensgebonden bandenwissel en een kleine onderhoudsbeurt wist ik het zeker: hier zit ik goed. Ik voel me hier behandeld als een koningin. Kort erna kocht ik er een nieuwe auto. Ik koos voor een grote, zwarte, voor mijn doen bijzonder luxe 7-zitter.
Behalve dat mijn drie boomlange jongens er comfortabel in konden reizen, kon ik er naar believen mijn gehele huisraad in vervoeren. Zielsgelukkig was en ben ik ermee. Achter de balie van mijn garage staat Gerard. Weet alles, overziet alles, kent iedereen en met een onuitputtelijke kennis over autoziektes. Een beetje als een dokter die al op basis van mijn verhaal een diagnose kan stellen. Dokter Gerard dus voor mij.
Een paar maanden geleden reed ik met laagstaande zon en zonder zonnebril op, met een flinke snelheid over een hoge vluchtheuvel. Nou zeg maar gerust, ik vloog erover, de inhoud van het vak in mijn portier kwam erdoor omhoog. Ik schrok mij wezenloos, maar reed door naar mijn eindbestemming die gelukkig dichtbij was. Met de schrik nog in mijn benen parkeerde ik en ging aarzelend op onderzoek uit. Op de voor- en achterband stonden sinaasappelgrote blaren, de band was van binnen gescheurd.
Mijn grote, mooie, zwarte jongen had pijn. Tranen liepen over mijn wangen. Nu eerst twee belletjes plegen: mijn man voor troost en dokter Gerard voor een spoedconsult, want zó zou mijn vlaggenschip niet meer kunnen rijden. Gelukkig kon ik die middag nog terecht. Mijn man kwam ook naar de garage. Na het consult en een kostenschatting zei Gerard tegen mijn man: “zo, dat wordt lekker koken vanavond”. Door mijn tranen heen keek ik verbouwereerd naar dokter Gerard: “Ik voor mijn man? Hij voor mij zul je bedoelen!” Mijn man grijnsde, blijkbaar had hij al door dat hier zojuist een onnozel misverstand het levenslicht had gezien.
Na een paar dagen waren mijn nieuwe banden binnen voor omleggen. Weer ging mijn man mee. De eigenaar van de garage hielp ons nu. “U heeft wel wat goed te maken”, zei hij bij ons afscheid gekscherend tegen mij en keek grijnzend naar mijn man, die nu echt moest lachen. “Nu breekt mijn klomp”, dacht ik gefrustreerd en foeterde: “Hoezo dat? Dit is míjn auto! Dit is míjn schade, ik betaal dat allemaal zelf, hoor! Daar werk ik hard voor!”
Mijn man kon zijn lachen nu echt niet meer inhouden en bonjourde mij de werkplaats uit, richting auto. De garage-eigenaar die niets van me begrepen moet hebben, lieten we verbaasd achter. Thuis begreep ik mijn pijnlijke misverstand en volkomen onnodige reactie op een onschuldige grap over traditionele familieverhoudingen. Gelukkig konden de eigenaar van de garage en ik er later smakelijk om lachen. Emancipatie had in mijn hoofd een loopje met me genomen.
Marjolein Backx-Rietbergen









