De Cannenburgh is vernoemd naar een eeuwenoud waterkasteel in Vaassen.
De Cannenburgh is vernoemd naar een eeuwenoud waterkasteel in Vaassen. Sarah Westphal
Een Straatje Om...

de Cannenburgh: ‘Eén gulden voor een eeuwenoud kasteel’

29 april 2022 om 10:00 Overig

PUTTEN Overal op straat is een stukje geschiedenis te vinden. Van de Picardstraat tot de Kinsiusstraat: elke straatnaam in ons dorp vertelt een historisch verhaal. In Een Straatje Om... vraagt de redactie naar de onbekende weg en probeert ze de oorsprong van Puttense straatnamen te achterhalen. Deze week praten we je bij over de Cannenburgh.

Deze weg in Putten is vernoemd naar een eeuwenoud waterkasteel in Vaassen. Het kasteel is te vinden in een groene omgeving met veel water en weilanden. Het pand dat er nu staat, is in de zestiende eeuw gebouwd óp de overblijfselen van een ouder kasteel, dat al eeuwen daarvoor op die plek stond. In 1365 werd dat kasteel voor het eerst vermeldt en omdat de restanten nooit helemaal gesloopt zijn, zijn de sporen daar nog steeds van te vinden.

,,Blaken en branden is het sieraad van de oorlog’’, dat was de lijkspreuk van Maarten van Rossum. Hij was aan het begin van de zestiende eeuw een bekende en beruchte legeraanvoerder uit Gelderland. Hoewel men vreesde voor zijn oorlogsvoering, die extreem bruut zou zijn, bleek het ook gewoon een man te zijn die van pracht en praal hield. Onder zijn bezittingen vielen onder andere stadskasteel Zaltbommel, het Duivelshuis in Arnhem en in 1543 kwam ook Kasteel de Cannenburgh op zijn naam te staan.

Van Rossum wilde van de overblijfselen van het oudere kasteel een slot bouwen en was hiermee de eerste in Gelderland die een pand in Renaissancestijl liet bouwen. Deze stijl was vooral te herkennen aan de ornamenten van natuursteen die hij in zijn nieuwe stulp liet zetten. Echt genoten van Kasteel de Cannenburgh heeft Van Rossum niet: nog voor de bouw afgerond werd, overleed hij in 1555 waarschijnlijk aan de pest of de tyfus.

Na zijn overlijden nam zijn neef en erfgenaam Hendrik van Isendoorn het bouwwerk over. De familie Van Isendoorn bleef er na de voltooiing van de bouw nog eeuwen wonen. Zo ook Johan Frederik en zijn partner Anna van Renesse. Anne hield een kasboek bij, waardoor men nu een idee kan krijgen van hoe het leven er toen, rond 1750, uitzag. Wijn werd uit Spanje en Frankrijk gekocht, Sinterklaas en Carnaval werden groots gevierd en de familie was katholiek. Voor dat laatste hadden ze zelfs een eigen huiskapel gebouwd, omdat de meeste bewoners van de Veluwe gereformeerd waren.

In 1881 overleed de laatste telg van de familie Van Isendoorn. Daarna is het kasteel korte tijd in het bezit geweest van verschillende eigenaren, maar na de Tweede Wereldoorlog kwam Kasteel de Cannenburgh in handen van de Nederlandse staat.

Sindsdien is het Vrienden der Geldersche Kasteelen die zorg neemt over het eeuwenoude pand. Dit is een stichting die kastelen, ruïnes en historische landhuizen in Gelderland onderhoudt. Daarmee zijn zij verantwoordelijk voor de panden en zaken als tuinen, opstallen en inventarissen. Hun doel is om de dreiging in het voortbestaan van de historische panden terug te dringen en de erfgoederen te restaureren waar nodig. Omdat deze dreiging ook voor Kasteel de Cannenburgh gold, nam de stichting in 1951 het kasteel over van de staat voor een symbolisch bedrag van welgeteld één gulden.

Na deze overname veilde Vrienden der Geldersche Kasteelen veel spullen die nog in het kasteel stonden en een jaar later werd Kasteel Cannenburgh opengesteld. Ruim twintig jaar daarna is het kasteel in vijf jaar tijd uitgebreid gerenoveerd en zijn veel spullen die oorspronkelijk in het kasteel stonden, teruggekeerd.

Sarah Westphal

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie