
Weigering vergunning bouw van woning aan Stationsstraat blijft overeind na uitspraak Raad van State
23 mei 2025 om 11:00 PolitiekPUTTEN De weigering van de gemeente Putten vergunning af te geven voor de bouw van een woning aan de Stationsstraat blijft in stand. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het bezwaar van de aanvragers van de vergunning ongegrond verklaard.
In de uitspraak van de Raad van State wordt gesproken over een uitspraak rond een woning aan de Lage Engweg in Putten. De betreffende woning is echter gelegen aan de Stationsstraat. Er is dan ook geen bezwaar ingediend door een restauratiebedrijf van oldtimers aan de Lage Engweg.
Het is een kwestie die al speelt sinds 2021. In eerste instantie is door het college van burgemeester en wethouders van Putten een vergunning afgegeven voor de bouw van een nieuwe woning. De aanvragers willen hun woning en twee bijgebouwen vervangen door een duurzame woning. Daartegen werd door een omwonende, de eigenaar van een restauratiebedrijf voor oldtimers bezwaar ingediend. Die kreeg uiteindelijk in 2022 gelijk van de rechtbank die de vergunning vernietigde.
WEIGEREN
Uiteindelijk leidde de gehele procedure ertoe dat in maart 2024 het college opnieuw heeft beslist op het bezwaar van de omwonende en daarin aanleiding zag de aangevraagde vergunning alsnog te weigeren. Daar is door de betrokken aanvragers beroep tegen ingesteld bij de betreffende Afdeling van de Raad van State.
Voor de Afdeling staat vast dat het bouwplan in strijd met het planregels, omdat de woning gedeeltelijk buiten het bouwvlak is voorzien. Ook blijft de hoofdvorm niet gehandhaafd. De woning is verder wat de onderbouw betreft in strijd met de planregels. Het college was in eerste instantie van mening dat de voorziene woning geen negatieve impact heeft op de omgeving en geen nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het gebruik van de omliggende percelen.
VERGUNNINGSVRIJ
De rechtbank vernietigde het besluit van het college. De rechtbank was van oordeel dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de maximale inhoud van de woning in overeenstemming is met het bestemmingsplan. Ook speelt voor de rechtbank mee dat het college bij de afweging van de belangen had moeten betrekken dat de aanvragers concrete plannen hadden hun nieuwe woning vergunningsvrij uit te breiden. En als gevolg daarvan de afstand tot het restauratiebedrijf minder dan tien meter wordt.
De kritiek van de aanvragers op de uitspraak van de rechtbank wordt niet gedeeld door de Afdeling bestuursrechtspraak. De aanvragers zijn van mening dat de bijgebouwen dichter bij de bedrijfshal staan dan dat de woning zou komen. Zij vinden dat de rechtbank heeft miskent dat de eigenaar van de bedrijf er zelf voor heeft gekozen zijn bedrijfshal dichter bij de erfgrens te bouwen.
BEPERKINGEN
De Afdeling is echter van oordeel dat de woning dichter bij het bedrijfsperceel komt te staan. En daarmee dit mogelijk tot beperkingen van de bedrijfsvoering leidt. Om die reden vindt de Afdeling dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college rekening had moeten houden met de vergunning vrij uitbreiden van de woning. De uiteindelijke conclusie is dat de ingediende hoger beroepen ongegrond zijn en de uitspraak van de rechtbank dient te worden bevestigd voor zover aangevallen. En dat het college uiteindelijk terecht de vergunning alsnog heeft geweigerd.














