
LTO Randmeerkust uit kritiek op plannen provincie waarvan de visie niet wordt onderbouwd
25 september 2023 om 12:26 PolitiekVELUWE LTO Randmeerkust, ook actief binnen de gemeente Putten, heeft kritiek op knelpunten die het college van gedeputeerde staten (GS) van Gelderland heeft opgenomen in de herstelprogramma’s voor de natuur. Men vindt onder meer dat onvoldoende is onderbouwd dat de hoge uitstoot van onder meer CO2 is te wijten aan vermesting, verruiging en bodemverzuring.
LTO is het er niet mee eens dat in de herstelprogramma verzuring en vermesting als meest belangrijke knelpunten worden genoemd. Volgens hen worden ammoniak en stikstofoxiden ten onrechte door de provincie op één hoop gegooid. De uitstoot van stikstof is volgens LTO in de afgelopen decennia met vijfenzestig tot vijfenzeventig procent gereduceerd. Hierdoor zou men dan een verbetering van de natuur mogen verwachten.
UITSTOOT
Gewezen wordt verder op het feit dat de uitstoot binnen tweehonderdvijftig meter van de bron terecht komt en dat is het boerenland. Terwijl stikstofoxiden vele kilometers ver draagt. Volgens LTO zit in bijna alle waterlichamen in Nederland stikstof en fosfaat onder de norm. Op de Veluwe zelfs honderd procent. De Kaderrichtlijn Water wordt door LTO gezien als een complex van vier indicatoren, waarvan chemie er één is. Deze voldoet in negentig procent van de waterlichamen niet aan de norm, maar dat valt volgens LTO de agrarische sector niet aan te rekenen.
LTO heeft er kritiek op dat in elk herstelprogramma voor de natuur de invloed van stikstof wordt benadrukt. Terwijl de provincie Gelderland op de website aangeeft dat de maatregelen in de herstelprogramma’s niet gaan over bronmaatregelen om stikstof te verminderden. Men vindt dat het effect van stikstof omstreden is en nauwelijks goed onderzocht.
STIKSTOF
Gedeputeerde Staten bestrijden dat er onvoldoende onderzoek is gedaan naar de gevolgen van stikstof. Onderzoeken die zijn uitgevoerd door de Wageningen Universiteit en het Planbureau voor de Leefomgeving. Aangegeven wordt dat het stikstofprobleem inmiddels als algemeen bekend mag worden verondersteld.
Door GS wordt aangegeven dat ook onderzoek is gedaan naar gebiedsvreemde stoffen. Naar aanleiding hiervan wordt de conclusie getrokken dat vliegende insecten veel meer en veel langer zware bestrijdingsmiddelen vasthouden dan tot nu toe werd gedacht. Er werden op insecten gemiddeld zestien pesticiden per gebied aangetroffen. Het gaat, zo voeren GS aan, om stoffen die kunnen worden gerelateerd aan in de landbouw gebruikte stoffer in een straal van tweeduizend meter rond het natuurgebied.
ONDERZOEK
Gewezen wordt door GS op onderzoek uit 2019 op zestien locaties in veertien begraasde natuurterreinen in Gelderland, waarvan drie op de Veluwe. In de natuurgebieden werd de aanwezigheid van vierendertig bestrijdingsmiddelen vastgesteld, waaronder veel stoffen met een potentieel ernstig negatieve invloed op insectenpopulaties. Het gaat dan om schadelijke stoffen die de voortplanting verstoren. De kritiek wordt niet gehonoreerd.











