De muren bij Nico van Eijden hangen boordevol kunst en foto’s uit verre landen.
De muren bij Nico van Eijden hangen boordevol kunst en foto’s uit verre landen. Joke Willking

Van pleeboy tot walvisvaarder: het ruige zeemansleven van Nico (81)

24 oktober 2025 om 17:45 Regio

LEUSDEN Een granaat ontploft in het hart van een walvis. Het dier kronkelt nog een half uur in doodstrijd, terwijl het koude water langzaam rood kleurt. Het kolossale lichaam wordt via een ‘slipway’ aan boord getrokken naar het ‘spekdek’; het schip helt gevaarlijk over.

Nieuws gaat verder dan de gemeentegrens. Daarom brengen wij ook bijzondere verhalen van buiten jouw gemeente. Artikelen die je motiveren, inspireren en je aan het denken zetten. Kortom: verhalen die de moeite waard zijn om te lezen.

door Joke Wilking

Nico van Eijden (81) ziet het nog zo voor zich. Ruim zestig jaar later zijn de beelden van zijn enige reis met de Willem Barentsz nog zeer scherp in zijn geheugen. ,,Die verhalen, die enorme beesten... Dat was zo apart”, zegt hij in in zijn Leusdense hoekwoning, waar hij sinds 1966 woont. ,,Je kunt uiteindelijk beter in de bak zitten dan met de walvisvaart meegaan.”

De muren hangen boordevol kunst en foto’s uit verre landen. ,,Mijn twee overleden vrouwen zouden dat nooit goed hebben gevonden, maar nu doe ik wat ik mooi vind.” Honger naar avontuur ontstond al vroeg. Zijn vader verbood hem door te leren na de MULO - ‘anders word je te slim’. Dus stapt Van Eijden, netjes in zijn ‘jasje toetoep’, een hooggesloten wit pak, voor het eerst aan boord om als ‘pleeboy’ op een schip van de Stoomvaart Maatschappij Nederland te gaan werken. Op de vrachtboot naar Indonesië gaan twaalf passagiers mee die hij bedient. ,,Ik moest hen koffie en thee brengen, deed de ontbijtdienst, maakte bedden op, en schrobde wc’s. Vier maanden was ik weg. Mijn moeder kwam ik bij terugkeer tegen op straat in Bussum. ‘Zo daar ben je weer’, zei ze. In een groot gezin word je thuis nauwelijks opgemerkt. Dat ging gewoon zo in die tijd.”

(Artikel gaat verder onder de afbeelding)


‘In alle landen van de wereld met zeehavens ben ik geweest, behalve in Finland en Korea.’ - Foto: Joke Willking

STANK, HERRIE EN HITTE

De reis maakt diepe indruk op de jonge Van Eijden: havens die hij alleen uit de atlas kende, Indische mensen met oorlogstrauma’s, kapiteins die kampten met demonen vanuit de Tweede Wereldoorlog. ,,Eén kapitein was altijd dronken. Hij at alleen maar in zijn hut. Later werd hij psychotisch: hij zag allemaal rode mannetjes in de douche. Er werd door de SMN uiteindelijk goed voor hem gezorgd.” Amerika lonkte, maar een aanbod voor de walvisvaart naar de Zuidpool trekt hem over de streep. ,,Ik wilde eigenlijk niet vijf maanden de kou in. Maar eerst zouden we Curaçao aandoen om stookolie te laden en ook nog drie dagen in Kaapstad verblijven om de Zuid-Afrikaanse crew aan te monsteren. Ik liet me verleiden door het avontuur.”

Je kunt beter in de bak zitten dan met de walvisvaart meegaan

Hij verruilt zijn jasje toetoep voor een T-shirt met spijkerbroek. Het leven aan boord is zwaar: hard werken, stank en herrie. ,,Het was een twaalfurige werkdag. Er was wel goed eten, koffie en thee waren gratis, maar er waren geen versnaperingen. Eén keer per week kreeg je ‘schootaan’, een borrel en een biertje. De boeken in het bibliotheekje had ik binnen een week uit. Bij slecht weer werd er binnen een film gedraaid, want er was dan geen vangst mogelijk en het werken op het dek was te gevaarlijk. Ik sliep met vier man in een binnenhut, zonder patrijspoort. Het was er vijfentwintig graden en het stonk altijd. Onder ons draaiden continu de machines met luid kabaal om het vlees en het beenmeel te drogen tot diervoedsel. De nachtploeg kletterde met hun bespijkerde laarzen langs onze hutten en hielden je ’s nachts wakker. De stoomwinches aan dek maakten ontzettend veel lawaai en veroorzaakte trillingen.”

UIT ALLE WINDSTREKEN

Dag en nacht gaat de walvisvangst door. ,,Het spek en het vlees werden eraf gehaald. De ruggengraat zaagden ze door. Rib voor rib werd het dier gedemonteerd. Alleen de darmen gingen overboord. Daar hielden de orka’s van. Die cirkelden om het schip. Als ik even kon, ging ik kijken aan dek.” Van Eijden is een zogeheten ‘messboy’, een steward die de bemanning in de ‘fabrieksmessroom’ bedient, de kamer om te eten en voor vertier. ,,De slachters maakten hun laarzen in een bak water schoon voordat ze binnen mochten. Het vet en bloed van de walvis zat onder hun zolen, wat de vloer heel glibberig maakte. Het eten zat in bakken. Als ze meer eten wilden, hielden ze de bakken omhoog. Aan het eind van de maaltijd spoelde ik de hele fabrieksmesskamer met zout water schoon en droogde het met een doek met zoet water af.”

(Artikel gaat verder onder de afbeelding)


Amerika lonkte, maar een aanbod voor de walvisvaart naar de Zuidpool trok hem over de streep. - Foto: Joke Willking

De ruggengraat zaagden ze door. Rib voor rib werd het dier gedemonteerd. Alleen de darmen gingen overboord

De bemanning komt uit alle windstreken: Friezen, Duitsers die aan het oostfront hadden gevochten met littekens op hun gezicht, kleurlingen uit Zuid-Afrika, geplaagd door apartheid. ,,Ik mocht niet te aardig voor hen zijn van de overige Zuid-Afrikanen. Totaal waren er zo’n vijfhonderd man. Iedereen had een verhaal en er gebeurde altijd wat. Alles wat een beetje gek was en doordraaide, werd opgehaald door een tanker die stookolie afleverde en de traan weer meenam.” Er waren zelfmoorden aan boord, vertelt Van Eijden, en een zestal mannen vond de dood door vermorzeling tussen een walvis en de verschansing van het schip bij het aan boord halen en het verwerken en afsnijden van de ribben. ,,De lijken werden verpakt in zeildoek en ingevroren, zodat de nabestaanden thuis afscheid van hen konden nemen.”

OOK EEN BEETJE GEK GEWORDEN

Terug op het vasteland in Kaapstad is iedereen door het dolle heen. ,,Ik denk dat ik zelf ook een beetje gek was geworden ondertussen. In het zeemanshuis dronk ik een meter cola achter elkaar op. Ik liet een flinke boer en ben gaan wandelen.” De politie vond hem zwemmend in de vijver bij het Van Riebeeck standbeeld en stopte hem in de cel. Met koorts belandde hij weer aan boord, in de ziekenboeg. Twee dagen sliep hij. ,,Er lag een Duitse matroos naast me die bijna gewurgd was door een Zuid-Afrikaan. Daarop had hij zijn aanvaller doodgestoken. Terug in Nederland werd hij vrijgesproken. Dagen lag ik in het volle hospitaal. Mijn maten hadden me amper gemist. Er was gewoonweg weinig echte aandacht voor elkaar.”

Van Eijden zegt dat hij nare dingen goed kan wegschuiven. Toch vertelt hij over Jantje, een Fries, de enige met wie hij goed contact had. ,,Hij was een ‘haakie boy’, die walvisribben in enorme potten moest doen. Daar stonden messen onder te draaien om de botten te verbrijzelen voor vismeel. Op een eerdere vaart viel Jantje in de pot. Gelukkig kwam hij er alleen met brandwonden vanaf. De reis erop was hij er weer. Toen leerde ik hem beter kennen. Op de terugweg, voor de kust van Senegal, is hij verdwenen. In de ochtend stonden zijn klompen voor een hoop baleinen. Niemand weet wat er gebeurd is. Ik sprak hem iedere dag. Het was een leuk jong die zin had in het leven. We zijn nog uren teruggevaren om hem te zoeken. Een man of zes stond met kijkers te turen. Er werd verder niet meer over gesproken.”

DOCENT SCHEEPSKOKOPLEIDING

Jaren is Van Eijden op de grote- en passagiersvaart. ,,In alle landen van de wereld met zeehavens ben ik geweest, behalve in Finland en Korea.” Hij leert brood bakken en uitbenen om verder te komen in zijn carrière, en tijdens één van zijn tochten krijgt hij de kans om een zieke chef hofmeester te vervangen. ,,Ik had mazzel, en het ging goed. Bij de civiele dienst mocht ik vervolgens een vakopleiding kok doen van een half jaar.” Zijn laatste vaart als hofmeester eindigt in Zuid-Afrika, waar hij wordt afgelost. ,,Graag wilde ik daar blijven. Ik kon er een baan als scheepshandelaar krijgen. Een flat was ook al geregeld, maar mijn vrouw zei: ‘Kom jij maar hierheen’.” 

(Artikel gaat verder onder de afbeelding)


Van Eijden laat een potvistand zien, baleinen en ook een oor van een walvis. - Foto: Joke Willking

Hij wordt docent koken op de scheepskokopleiding in Amsterdam-Noord. Het eerste jaar noemt Van Eijden een ‘ramp’. ,,Ik kon echt geen orde houden.” Geleidelijk aan krijgt hij de kunst te pakken. Op zijn 61ste gaat hij met pensioen. Zijn vrouw en moeder van hun twee volwassen dochters is ondertussen overleden. Het avontuur trekt opnieuw en zo gaat hij via PUM, een uitzendorganisatie, weer de wereld over, maar nu om koks op te leiden in ontwikkelingslanden.

In de ochtend stonden zijn klompen voor een hoop baleinen. Niemand weet wat er gebeurd is

SHANTYKOOR ANKERVELDERS

Van alle landen waar hij is geweest, maakte Indonesië de meeste indruk. Dat gevoel begon toen zijn broer Jaap naar Nederlands-Indië ging eind jaren veertig. ,,Ik was op dat moment een jaar of zeven. Achterin de kerk hingen de portretjes van de jongens die waren gegaan. We moesten altijd bidden dat ze veilig thuis zouden komen.” Hij is zichtbaar geroerd als hij hierover vertelt. ,,Ik vroeg aan Japie of hij een aapje voor me meenam.”

Dan begint Van Eijden te zingen, een zeemanslied. ,,Dat deden we ook met elkaar op zee op de Willem Barentsz. Die saamhorigheid maak je later nooit meer mee.” Bij zijn shantykoor de Ankervelders is het anders. ,,Niemand is daar ooit zeeman geweest, alleen ik. Ze weten niet waarover de liederen gaan. Zingen ze bijvoorbeeld over witte stranden, terwijl ze zwart zijn daar. Of over de liefde die ze ontmoeten, maar het zijn allemaal prostituees.”

’HAD NOOIT GEMOGEN’

Hij laat een potvistand zien, baleinen en ook een oor van een walvis. ,,Die lijkt net op een foetus, zo mooi.” Het zijn de lichtere herinneringen die Van Eijden gelukkig ook heeft overgehouden. Toch laat de walvisvaart hem met ongemak achter. ,,Al in 1956, toen de nieuwe Willem Barentsz werd gebouwd, was het bekend dat de hoeveelheid walvissen achteruit ging. Het had nooit mogen gebeuren dat die dieren zo lang uitgeroeid werden en zo lang leden voordat ze dood waren. Het is een grote fout geweest dat Nederland dat schip jarenlang liet uitvaren.’’

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie