De laatste tijd komt vooral de term inclusie echter steeds vaker voor. Waar het voor staat is prima, maar het woord zelf kan bij mij niet op warme gevoelens rekenen. Sterker nog, ik vind het een jeukwoord. Ik weet niet eens precies waarom. Wellicht heeft het ermee te maken dat ik het als een soort van gekunstelde afgeleide zie van het bekendere woord 'inclusief'. Ik mis dus eigenlijk de 'f' aan het einde van het woord. Dit komt vooral tot uitdrukkingen bij samenstellingen als inclusieagenda.

Wat helemaal vreemd is, is dat inclusie en inclusief wel veel naast en door elkaar gebruikt worden. Bijvoorbeeld in het bericht in deze krant over de vorming van een lokaal sportakkoord werd genoemd dat inclusief sporten een element van de inclusieagenda zou kunnen zijn. Om het nog ingewikkelder te maken: het bijvoeglijk naamwoord van inclusie is inclusief. Dus je zou kunnen zeggen dat meer inclusie zal leiden tot een inclusieve(re) samenleving.

Ondanks de jeukwoorden die inclusie en de woordsamenstellingen daarmee opleveren sta ik daar overigens wel achter. De samenleving zal zich moeten aanpassen. Anders zou het gaan om integratie waarin de samenleving maar verwacht of eist dat sociaal achtergestelde groepen zich aanpassen.

In theorie is dat makkelijk praten. De praktijk is toch weerbarstiger. Vorige week schreef wethouder Priem dat er in Putten een inclusiepanel in het leven is geroepen. Het panel heeft de (bij)naam 'Putten Voor Iedereen' gekregen. Dit panel presenteert zich voor iedereen op donderdagmiddag 30 januari om 14.00 uur. Voor iedereen? Nou, niet voor mij en heel veel andere werkende Puttenaren die ondanks alle mooie inclusieagenda's zeker geen halve snipperdag zullen/kunnen opnemen om dit op een werkdag in de middag bij te wonen. Als je inclusie(f) wilt zijn voor iedereen, organiseer dit dan aan het einde van de middag of op een avond. Je hoeft geen wiskundige te zijn dat dit tijdstip juist mensen in de verzameling 'exclusie' onderbrengt.

[Martijn Fabriek