Overlevende van Neuengamme: ' vergeven maar niet vergeten'

14 april 2012 om 00:00 Nieuws

PUTTEN - Het is inmiddels ruim 67 jaar geleden dat in Putten tijdens de tweede wereldoorlog de razzia in Putten plaatsvond waarbij 661 mannen werden weggevoerd. Een aanslag op een Duitse auto, met daarin twee officieren, bij de Oldenallerbrug was de aanleiding voor de bezetters om als vergelding wraak te nemen op de inwoners. De Duitsers zagen Putten als een nest van verzet, van zwarthandelaren en 'ongehoorzamen''. Deze barbaarse daad, waarbij ook 105 huizen werden plat gebrand, is de geschiedenis ingegaan waarbij het landelijk beeld en mening over Putten niet altijd even positief was. Rondom de razzia zijn meerdere 'waarheden' gevormd, vaak op basis van meningen, eigenbelang, maar ook door de landelijke media die Putten vaak typeerden als een achtergebleven, veel te zwaar op de hand zijnd, volk. Eind 1944 zijn in Ladelund, één van de concentratiekampen nabij de Deense grens,110 Puttense mannen omgekomen, door ziekte, honger, uitputting en sommige letterlijk vermoord. Een pastoor uit Ladelund, Pastor Meyer, heeft deze 110 mannen begraven in massagraven achter zijn kerk en de namen bijgehouden, waardoor hij in staat was na de oorlog de nabestaanden te informeren over de begraafplaats van hun dierbaren. In 1950 werd een reis georganiseerd voor deze nabestaande om het graf van hun man, vader, broer of familie te bezoeken. Dit bezoek vormde uiteindelijk een basis tot verzoening en vriendschappen. Gaandeweg de geschieden hebben de betrokkene en initiatiefnemers deze contacten verder uitgebouwd en dit heeft uiteindelijk geresulteerd in de Stichting Oktober 44.

Door Michel Kooij

Nog steeds worden bezoeken en reizen georganiseerd naar de concentratiekampen waarin de Puttense mannen zijn omgekomen. De contacten tussen Putten en Ladelund, maar ook met andere inwoners van dorpen waarbij kampen gelegen waren vormen nog steeds de basis voor vele vriendschappen. De verzoening en vergevingszin, vaak geïnspireerd door de Christelijke achtergrond van vele Puttenaren, mag uniek genoemd worden. Echter met de kanttekening dat lang niet alle Puttenaren zich herkennen in verzoening en vergeving. Van alle weggevoerde Puttense mannen die terugkeerde, 48, is er inmiddels nog één in leven, namelijk Jannes Priem, die 18 jaar oud was toen hij weggevoerd werd.

Het fenomeen verzoening en vergeven kreeg de warme belangstelling van Michel Kooij, directeur van Liberty Gasturbine aan de Hoge Eng West, toen hij zich enige jaren geleden ging verdiepen in de geschiedenis van Putten. Zijn belangstelling, die zich met name richt op de razzia, de gevolgen, vergeving en toekomst, resulteerde in het maken van een boek over deze thema's, en voor een belangrijk deel op gesprekken die Kooij had met Jannes Priem, maar ook op gesprekken met Pastor Richter uit Ladelund, opvolger van Pastor Meyer. In boeiende gesprekken met Jannes Priem legde hij zijn ziel op tafel.

Op zijn vraag aan Jannes, dat hij de laatste in leven zijnde Puttenaar is die terugkeerde en wat dit met hem doet, antwoordt Jannes peinzend: ,,Ik vind het vooral bijzonder,en ik ben vooral dankbaar jegens God dat ik nog helder van geest ben, dat ik ofschoon ik nu 86 ben, mijn verhaal nog kan vertellen. Ik word regelmatig op scholen gevraagd om voor groep 8 mijn verhaal te doen. Als je dan de reacties van kinderen hoort en leest, de brieven die ik krijg na zo'n bezoek aan een school, doet dat mij goed. Misschien geef ik ze wel één van de belangrijkste levenslessen die ze krijgen''.

Jannes is net als praktisch alle andere weggevoerden mishandeld en vernederd, tot op het bot. Op gegeven moment in Ladelund, heeft hij gesmeekt tot God, om hem de kracht te geven die hel te overleven. ,,Ik weet nog goed het moment, na een afranseling door een SS'er. Ik smeekt letterlijk, Lieve Heer, help me hieruit! Ik kreeg die kracht. Ik heb dat vertaald naar een symbolisch engeltje op mijn schouder, vanaf die tijd is mijn geloof rotsvast geworden. Ik geloof stellig dat mijn geloof mij door de ellende gesleept heeft''. Het symbolische engeltje in de vorm van een klein beeldje heeft Jannes al sinds jaar en dag in zijn kast staan.

Jannes heeft 50 jaar niet over zijn ervaringen gesproken. Hij werd na zijn terugkomst in Putten direct na de oorlog niet begrepen en geloofd en sloeg dicht. Na zijn herstel (hij woog nog 30 kg) werd hij in 1946 uitgezonden naar West Indië, waar hij tot 1949 moest dienen. Ook daar heeft Jannes verschrikkingen meegemaakt. In 1950 kwam hij bij de Marechaussee en probeerde hij een normaal burgerleven op te bouwen. In 1954 trouwde hij een vrouw uit Schoonhoven en werd mede door haar katholiek. Dat werd niet door alle Puttenaren begrepen. Hij kreeg 2 dochters en een zoon die, alsof ellende nog niet compleet was, op zijn 17 jaar zelf een einde maakte aan zijn leven. Jannes: ,,mijn zoon kon absoluut niet tegen geweld, niet op school, niet op tv''. Op de vraag of antipathie tegen geweld erfelijk kan zijn zegt Jannes: ,,Niemand wist, ook mijn vrouw en kinderen niet wat ik had meegemaakt in de concentratie kampen, dat had ik hen nooit verteld.''

Halverwege de jaren 90 is Jannes voor het eerst, 50 jaar na dato, teruggekeerd naar Ladelund. Die reis vormde voor Jannes de sleutel tot praten over zijn kampverleden. ,,Toen ik in Ladelund terug kwam, voelde ik de warmte van die mensen en hun gastvrijheid, toen dacht ik bij mezelf, hoe kan ik deze mensen en de Duitsers van nu kwalijk nemen wat hun grootouders hebben gedaan? De gedachte aan verzoening en vergeving maakte zich van mij meester en het was werkelijk of ik voor de tweede maal bevrijd werd. En vanaf dat moment kon ik er over praten.'' Op de confronterende vraag van Kooij wat hij zou doen als er op dit moment een oud SS'er, en directe dader de kamer zou binnen stappen, antwoordt Jannes stellig: ,,Ik zou opstaan, de man bij zijn handen pakken en zou vragen terwijl ik hem in de ogen zou kijken: 'heb je er enig idee van wat je ons hebt aangedaan' en ik zou het gesprek met hem aangaan. Datzelfde had ik ook gewild met Naumann, een SS er die 10 jaar geleden in Putten was tijdens de 2 oktober herdenking. Ik vond het jammer dat ik het niet wist, anders was ik zeker naar hem toegegaan.''

Jannes is graag bereid zijn verhaal ook op Puttense scholen te vertellen, hij zegt dat een telefoontje van een leraar genoeg is voor een afspraak. ,,Ieder mens heeft een stukje slecht in zich en een stukje goed. Ik probeer met mijn verhaal over te brengen dat wanneer iemand je iets heeft aangedaan, je moet verzoenen met wat er gebeurd is, daarnaast geeft vergeving je een stuk bevrijding van geest. Als je dat kunt, begrijp je ook wat het Woord bedoelt met vergeven. Verzoenen en vergeven dragen bij aan een betere wereld. Maar we kunnen deze boodschap alleen verder brengen als we niet vergeten wat er gebeurd is.''

Het verhaal van Jannes Priem is niet uniek als je het voorlegt aan direct betrokkenen en slachtoffers van WO II of de Holocaust. Kijk maar eens naar de vriendschapsbanden die er zijn tussen Duitsland en Israëll. Het valt op dat juist degenen die dit soort onnoemelijk leed is overkomen, meer genuanceerd naar het verleden kijken als diegenen die een ;'onbezorgd leven' leiden.

De razzia van Putten, een stuk geschiedenis, is genesteld in de genen van Putten. Het is niet de eerste keer, niet de laatste keer dat hierover geschreven wordt. Maar sta eens 5 seconden stil wanneer u langs de Oude kerk in het centrum van Putten loopt tijdens het boodschappen doen, bij de gedenksteen ''van hier werden zij weggevoerd''.

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie