Aart van Malenstein ventte verse melk

11 juli 2007 om 00:00 Nieuws

Aart van Malenstein probeert me in alles te helpen. Zo vertelt hij in rap tempo een levensverhaal dat een dik boekwerk kan worden. Na het gesprek geeft hij mij bovendien diverse A4-tjes vol geschreven met zijn bijna onleesbaar melkboerenhandschrift. We vullen deze aflevering ‘grotendeels’ met zijn melkboerenperiode. Maar Aart heeft dus veel meer gedaan of doet het nog steeds. Dat blijkt ook als hij mij middenin het gesprek bijna ongemerkt een ‘cadeautje’ slijt. ,,Ik zal je wat geven. Moment, ik haal het even.” Goed, een cadeautje is nooit weg. Enkele minuten later komt deze bijzondere Puttenaar terug met een lootje van SDC voor het ‘Koeschijten’ op 18 augustus. Van Malenstein is dus ook vrijwilliger bij voetbalvereniging SDC.

PUTTEN - Er zijn nog van die beroepen uut vrogger tied die doorlopen tot het heden. Bijvoorbeeld de melkboer. Iedereen heeft daar wel een anekdote bij, over die man die de melk aan huis bracht. Zo’n echte melkboer was Aart van Malenstein. Hij vertelt in deze aflevering over die periode.

Maar wat is een melkboer? Een melkboer is een ouderwetse aanduiding voor iemand die een winkel dreef of langs de deur ging met voornamelijk melk en zuivelproducten. Voor de uitvinding en grootschalige toepassingen van koelkasten kwam deze melkboer dagelijks langs de deuren. Tot eind 19e eeuw werd de melk meestal door boeren zelf rondgebracht. Later trokken veel werkloze boerenzonen naar de stad en begonnen een winkel waar ze melk, boter, kaas en eieren verkochten. Er was veel concurrentie. Vaak verschenen aan huis meerdere melkboeren met grote kannen losse melk, een mand met eieren en ‘dubbel gestoomde’ melk. Het was een zwaar bestaan. Alles ging op de pof en daarnaast had de melkboer een sociale functie. Rond de dertiger jaren van de 20e eeuw raakten de melkboeren in de greep van de melkfabrieken. De overheid legde veel regels op omdat de melk vaak ongezond was of verdund met water. Vooral in de oorlog werd veel geritseld. Rond de jaren ’50 was de melk die melkboeren rondbrachten meestal nog niet gepasteuriseerd, zodat deze door de huisvrouw voor consumptie gekookt moest worden. Later werd de term melkboer als denigrerend beschouwd en vervangen door melkman. Met de opkomst van de supermarkt in het laatste driekwart van de 20e eeuw is het beroep melkboer praktisch uitgestorven, al wordt de SRV-man nog wel eens met melkboer aangeduid. Ook voelden de kinderen van melkboeren er niets voor om de zaak over te nemen. Jammer, want zo komt er langzaam een eind aan deze zeer markante vorm van middenstand.

‘Logeren in het Oranjehotel’

,,Ik ben geboren op 31 juli 1937, op dezelfde dag dat mijn vader Gijs jarig was. Hij werd op 31 juli 1910 geboren.” Aart van Malenstein woonde in de Tweede Wereldoorlog in de Stationsstraat in Putten, vlak bij het station. ,,Mijn vader zat in de oorlog een tijdje in het Oranjehotel in Scheveningen. Ja, de gevangenis. Hij werd met een controle gesnapt op illegaal slachten en moest toen naar die gevangenis. Mijn vader, die ook scherpschutter was en bij de burgerwacht zat, gaf de bewakers spek en vlees en werd daarna vrijgelaten. Als gezin hebben wij in de oorlog nooit honger geleden. De machinisten van de treinen kwamen zelfs bij ons vlees halen. Op 2 oktober 1944, ik was toen 7 jaar, zag ik de mannen naar het station lopen. Rij aan rij. De Duitsers liepen daar omheen met geweer in de aanslag.” Van Malenstein vertelt verder. Over dat de Duitsers hun huis vorderden. Ze vluchten met drie paard en wagens naar een tante in Steenenkamer. Daar maakte Aart op 18 april 1945 de zware gevechten tussen de Canadezen en de Duitsers mee. Het Canadese vuur trof de schuur, waar een paard, een pony en een koe bij omkwamen. Even daarvoor vorderden de Duitsers hun hengst. ,,Ik moest als jochie toen huilen en kreeg gelijk van zo’n Duitser een geweer tegen mijn hoofd.” Het gezin Van Malenstein keerde na de oorlog met slechts één pony naar de Stationsstraat terug.

Eindelijk kunnen we het over het beroep melkboer hebben. ,,Nee nog niet. Mijn vader wilde na de oorlog naar Californië emigreren, omdat het volgens hem in Nederland slecht ging. Mijn moeder wilde niet en daarom ging het niet door. Een neef is in de jaren ‘50 wel vertrokken en zit daar nog steeds.” Mooi, en dan de melkboer? ,,Ja, komt zo. Dit huis aan de Voorthuizerstraat heb ik in 1961 van mijn opa gekocht en ben er samen met mijn vrouw Ida van Losenoord gaan wonen. In 1962 kreeg ik prikkeldraad in de lens van mijn linkeroog en kon met dat oog daarna niks meer zien. Van het geld van de verzekering kon ik dit huis gedeeltelijk kopen. Ja, een geluk bij een ongeluk. Ik moest wel mijn rijbewijs opnieuw halen en in 1982 kreeg ik een nieuwe lens.” Het echtpaar kreeg ook zes kinderen en tien kleinkinderen. Een zo’n kind van de melkboer, Peter, zwaait gedag en gaat met zijn vrachtwagencombinatie op weg naar Londen.

,,Mijn vader ging in de oorlog met twee bussen voor op de fiets de melk aan de deur brengen. Later kwamen de pony’s voor de melkkar. Vader had een knecht voor de melkhandel en moeder een meid voor het huishouden. Na mijn lagere schooltijd ging ik de knecht helpen. In mijn ulotijd reed ik de pony en de wagen een keer tegen een boom. Tientallen flessen kapot.” Die melkflessen kwamen in de jaren ‘50. Daarvoor werd er losse melk aan de deur verkocht. ,,Je trok aan een hendel en vervolgens kwam de melk uit de tank in een vakje van een halve liter. De pan van de bewoner zette je eronder en hup. Een halve liter melk kostte toen 9 cent. Ook had je karnemelk in een bus en dat moest je in de pan scheppen.” Aart, die zijn wijk in het oostelijke gedeelte van Putten had, werkte nog met halve centen.

Pony stopte voor deur vaste klant

Aart van Malenstein begon in 1966 als zelfstandige. Het was zes dagen per week hard werken. Na het venten moest hij alles ontsmetten en ook altijd zijn manchesterbroek, die onder de melk zat, schoonmaken. Op doktersadvies stopte hij in 1977 met zijn wijk, waarin onder meer het Grijze Huis, de Huishoudschool en de Peppelhoeve zaten, en deed hem over aan Driek van Dijk. De melk was toen bijna 1 gulden per fles. We eindigen met enkele fraaie anekdotes van deze prachtige melkboer, die deze maand 70 jaar wordt. ,,De pony stopte vanzelf voor de deur van elke vaste klant en deed ook elke dag op dezelfde plek zijn behoefte. Bij een huisvrouw moest ik binnen zelf de melk op het gas zetten en opwarmen.” Gelukkig dat dit soort beroepen én dat zulke mensen nog steeds bestaan.

Reacties: Peter den Dikken, heden-verleden@planet.nl

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie