‘Het is tijd om leuke dingen te gaan doen’
6 mei 2009 om 00:00 NieuwsWandelen en fietsen in Zwitserland bijvoorbeeld, maar ook lezen of schaken en het bestuderen van de biotoop in Arkemheen. ,,Deze zomer ga ik bestuurlijk niets doen, daarna zie ik wel verder’’, lacht de Puttenaar, die druk bezig is met de aanleg van zijn tuin rondom de rietgedekte boerderij met uitzicht op, hoe kan het anders, veel groen.
Van de Langemheen kijkt terug op een ambtperiode van 22 jaar bij het Waterschap. Per 1 mei is hij met pensioen gegaan, nadat hij als eerste dijkgraaf, gebruik maakte van de nieuwe regeling om door te werken, nadat hij 65 jaar was geworden. ,,Mijn vrouw was overleden, dus ik was alleen en ik mocht doorwerken. Ik heb toen gezegd ‘als dat wenselijk is doe ik dat. Ik heb mijn termijn van zes jaar afgemaakt.’’ Hij vindt dat hij veel geluk heeft gehad. ,,Je kunt mislukken. Als je nagaat dat maar één van mijn 26 collega’s nog is overgebleven. De rest is tijdens de rit gesneuveld.’’ Toch heeft hij in die 22 jaren niet alleen vrienden gemaakt. ,,Als voorzitter van de Gelderse Waterschapsbond heb ik zeventien organisaties naar vier teruggebracht: de waterschappen Veluwe, Rijn en IJssel, Rivierenland en Vallei & Eem. Mijn collega’s konden me wel schieten. Maar het was toch nodig.’’
Voordat hij als dijkgraaf aantrad, was hij fulltime veehouder. Zijn bestuurlijk loopbaan begon hij bij de plattelandsjongeren waar hij in 1974 een eigen jongerencollege oprichtte. ,,Toen vond ik dat ik geen jongere meer was, ik was 34, en liet ik het aan anderen over.’’ Enkele jaren later werd hij voorgedragen voor het hoofdbestuur van zuivelcoöperatie Coberco (opgegaan in Friesland/Campina). In 1987 werd hij gevraagd voor de functie van dijkgraaf van het toenmalige Waterschap Noord-Veluwe. ,,Een roerige tijd, de vrije boeren gooiden in die tijd nog wel met asbakken. Ze wilden niet in het Waterschap want ze betaalden toen nog niks en zagen alleen hun eigen belang. Burgers betaalden overigens ook niet in die tijd.’’ Toen Van de Langemheen aantrad bij het Waterschap was het hem niet duidelijk wat het Waterschap precies inhield, maar daar kwam hij al gauw achter. ,,Zo vond ik het raar dat burgers, die toch ook belang hadden bij een waterkwaliteitsbeheersing, niets hoefden te betalen. In de zeventiger jaren toen de riolering werd aangelegd en zuiveringen werden gebouwd door gemeenten met honderd procent subsidie van het Rijk, werd de heffing ook aan burgers opgelegd. Er werd veel geld geïnvesteerd, toen zo’n 450 miljoen gulden. Maar het bleef moeilijk boeren te overtuigen. Ze waren opstandig en je had de georganiseerde boeren tegenover de ongeorganiseerde boeren. Toch hadden we in die tijd een opkomst van 70 procent. Wel een verschil met de laatste Waterschapsverkiezing met 24 procent.’’
Bedreigd is hij in die tijd ook wel meer dan eens. ,,Dan zei een boer ‘ ik steek een mes in je donder’ en dan zei ik ‘zal ik een beetje dichter bij je komen’. De Noord-Veluwse boeren waren wat woester volk dan in de Vallei, vooral die van Nunspeet, Hulshorst en Oldebroek.’’ Dat Van de Langemheen nu wordt gezien als een belangenbehartiger van de boeren, is volgens hem te danken aan het feit dat hij hun taal spreekt. ,,Ik weet wat hen bezighoudt en ken de problemen. Je moet niet doen of je het beter weet, maar praten, praten en nog een praten. Soms gaat het om hele onbenullige dingen en die kun je pratend oplossen. Zoals bij die boer waar een pijpleiding door zijn percelen moest komen. Hij wilde per se overgangen voor zijn koeien. En volgens de projectleider zou het niet lukken om hem om te praten. Ik heb toen een praatje gemaakt en kreeg door wat de boer wou. Ik heb toen de grote betonnen overgangen op zijn land gelaten, want dat wilde hij graag. Het zou ons veel meer gekost hebben om die betonnen bakken weer op te halen en weg te brengen. De boer blij, wij blij, iedereen blij. Het gaat om goede communicatie, zowel intern als extern, ook binnen het Waterschap. Mensen doen alleen hun eigen ding en plannenmakers gooien de boel vervolgens bij de uitvoerders neer. Ik vond op een gegeven moment dat dat anders moest en heb toen een interne reorganisatie in gang gezet.’’ Van de Langemheen wist van de Waterschap Noord-Veluwe, Gelderse Vallei, Zuiveringsschap Veluwe en Water en Kwaliteitsbeheersing Utrecht met diverse culturen, een eenheid te smeden. ,,Een echte uitdaging’’, aldus Van de Langemheen. ,,Eerst vonden de mensen het maar gek, het ging toch goed zo, maar nu zeggen ze ‘dit had veel eerder moeten gebeuren’.’’
Communicatie
Volgens Van de Langemheen is het belangrijk dat je mensen kan uitleggen dat het Waterschap een uitvoerende organisatie is. ,,Je bent een dienstverlenend orgaan die de wet uitvoert. Natuurlijk zitten er in de nieuwe wet weeffoutjes, die er hopelijk worden uitgehaald. Zo was het vroeger: belang, betaling, zeggenschap. Dat is nu weg. Er wordt nu één tarief geheven voor hoge gronden en lage gronden. Iedereen betaalt daar aan mee. Ook al zou er verlichting komen voor de één, dan betekent dat een verzwaring voor de ander. Per saldo moet namelijk wel hetzelfde in euro’s opgebracht worden. Hemelwater veroorzaakt overlast, of dat nu hoog terecht komt en naar lagere gebieden loopt. Dat kun je niet op een gouden schaaltje wegen. Het solidariteitsprincipe leeft niet meer zo onder de burger. Die denkt alleen aan eigen belangen.’’
Van de Langemheen gaat nu verdiend uitrusten van zijn drukke bestaan, maar kijkt tevreden terug op het resultaat van zijn inspanningen. Het Waterschap Vallei & Eem, waar hij van 1997 tot heden dijkgraaf was, heeft immers wel op één na de goedkoopste tarieven.










