
Een nieuwe column van Jelle Riet: Ben je woke of ben je wakker?
17 januari 2026 om 17:30 ColumnWoke zijn betekent letterlijk: wakker zijn. Ben je wakker genoeg om te merken wat niet klopt, waar het schuurt en ongemakkelijk is. Dat je niet wegkijkt. Wakker zijn de boeren met hun zakdoeken en vlaggen. Wakker zijn zij die in opstand kwamen tegen de kindertoeslagaffaire, die strijden voor gelijke rechten of die hun bedenkingen hadden bij alle corona maatregelen.
Woke lijkt tegenwoordig vooral te betekenen dat je je eigen gang wilt gaan en vooral niet gestoord wilt worden. Door woorden die te hard aankomen, door beelden die te veel zeggen, door herinneringen die je liever niet elke dag tegenkomt aan te passen.
Wakker zijn, maar dan wel met de ogen half dicht.
Neem de weduwe van Putten. Die mag niet langer meer ‘vrouwtje’ heten zo blijkt uit enkele opmerkingen van de stichting oktober ‘44. Het zou niet meer kunnen. Ze is voortaan de vrouw van Putten. Dat klinkt netter. Minder denigrerend. Minder ongemakkelijk.
Symbool
Maar daar wringt het. Want het gaat er niet om of ze een vrouw is, of een vrouwtje. Het gaat erom dat ze een weduwe is. Dáárom staat ze daar. Dat is ook de titel die ze in 1949 kreeg, ‘de weduwe van Putten’. Als symbool van verlies, van rouw, van een geschiedenis die niet afgerond is. Dat is moeilijk. Dat mag schuren. Maar dat ís ons dorp.
Wie de weduwe van Putten hernoemt, haalt de angel eruit. Dan maken we haar algemener, neutraler, minder confronterend. Terwijl haar functie juist is om te storen. Om je even uit het heden te trekken en je te dwingen tot kijken. Tot voelen. Tot wakker zijn, in de oorspronkelijke betekenis van het woord.
Aan de overkant van de weg staat het herdenkingscentrum oktober ’44. Dat staat daar niet toevallig. Het is onderdeel van de inkom van Putten. Wie hier binnenrijdt, mag weten waar hij is. Wat hier is gebeurd. Dat is geen marketingkeuze, maar een morele.
Herdenken hoeft niet prettig te zijn. Het moet zichtbaar zijn. En ja, het moet soms ook in de weg zitten.
Juist daarom schuurt het dat op het terrein achter de Korenbloem, pal naast dat herdenkingscentrum, noodlokalen voor de Ichthus-school komen. Tijdelijk, wordt gezegd. Maar tijdelijk is zelden echt tijdelijk. En noodlokalen hebben de onhebbelijke eigenschap dat ze niet alleen ruimte innemen, maar ook betekenis. Ze ontnemen zichtlijnen, drukken gebouwen weg en veranderen een plek zonder dat daar ooit echt een principiële afweging over wordt gemaakt.
Entree van Putten
Begrijp me goed: onderwijs is essentieel. Dat staat buiten kijf. Maar niet elke plek is inwisselbaar. Dit is de entree van het dorp. Dit is waar Putten zichzelf laat zien. Hier hoort geen haastoplossing die het herdenken naar de achtergrond duwt. Want wat daar ontstaat, is iets wat we inmiddels goed kennen: het verleden wordt onzichtbaar en niet storend gemaakt. Netjes weggewerkt, zodat het dagelijkse leven ongehinderd door kan.
Terwijl de weduwe van Putten en het herdenkingscentrum juist het tegenovergestelde moeten doen. Ze moeten storen. Ze moeten je blik vangen. Ze moeten ongemakkelijk zijn. Dat is geen fout in het ontwerp, dat is de bedoeling.
En er zijn alternatieven voor wat noodlokalen. Het basketbalveldje in de groene scheg bijvoorbeeld, of het speelveldje naast het gasdepot aan de Nijkerkerstraat. Niet ideaal, maar logisch.
Een plek waar tijdelijk ook echt tijdelijk voelt. Waar je niet meteen het gezicht van het dorp mee verandert. Maar logica en symboliek leggen het vaak af tegen snelheid en praktische haalbaarheid.
Tegelijkertijd wordt er onderzocht welke scholen er structureel op deze locatie zouden kunnen komen. De Gabriel en de Korenbloem samen in één nieuw gebouw gepropt op het stukje gras tussen het herdenkingscentrum en de Klaproosstraat. Efficiënt. Toekomstbestendig. Maar laten we eerlijk zijn: dan verdwijnt het herdenkingscentrum niet letterlijk, maar wel feitelijk.
Het wordt verstopt achter een integraal kindcentrum aan de rand van een schoolplein.
Dus laten we wakker blijven. Wakker genoeg om te zien dat sommige plekken niet bedoeld zijn om rustig te worden weggestopt. Dat sommige beelden niet vriendelijk hoeven te zijn. En dat sommige woorden — weduwe — precies benoemen waar het om gaat.
Jelle Riet














