Afbeelding
Pixabay

Raad van State doet uitspraak in zaak vleeskalverhouderij in Putten: vergunningsaanvraag terecht niet in behandeling genomen

18 januari 2024 om 16:00 Politiek

PUTTEN De provincie Gelderland heeft terecht de aanvraag op grond van de Wet natuurbescherming voor de wijziging van de vergunning van een vleeskalverhouderij in Putten niet in behandeling genomen. Dat is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald naar aanleiding van een bezwaar dat tegen de weigering was ingediend door twee betrokkenen en de Stichting Stikstof Claim.

De afdeling is wel van mening dat de rechtbank in de fout is gegaan met het besluit hun bezwaar tegen de weigering niet ontvankelijk te verklaren. Om die reden wordt het hoger beroep van betrokkenen op dit punt wel gegrond verklaard.

MENING

De provincie was van mening dat een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming niet nodig was. Inzet was een wijziging van de vergunning ten opzichte van de bedrijfssituatie waarvoor in 2016 vergunning was verleend. Het gaat om de herbouw van een stal en de afname van het aantal vleeskalveren van 1.490 met veertien dieren. Het college van gedeputeerde staten oordeelde dat de aangevraagde bedrijfssituatie niet zou leiden tot een toename van de uitstoot van stikstof op relevante Natura 2000 gebieden.

Tegen dit besluit gingen betrokken en de stichting in beroep bij de rechtbank. Die oordeelde dat betrokkenen niet ontvankelijk waren in hun bezwaren. Reden voor hen naar het hoogste Nederlandse rechtscollege te stappen. De betreffende Afdeling constateert dat de vergunning in 2019 is aangevraagd en om die reden de Wet natuurbescherming van toepassing is, zoals deze voor 1 januari – de datum van ingang van de nieuwe Omgevingswet – gold.

GEEN BELANG

De rechtbank oordeelde in de beroepszaak dat betrokkenen geen belang hebben bij een rechtszaak. Onder meer speelt hierbij mee dat de rechtbank van oordeel is dat men een natuurvergunning in plaats van een positieve weigering. Ook vindt de rechtbank dat met het beroep niet kan worden bereikt dat alsnog een vergunning wordt verleend.

Dat de rechtbank toch in de fout is gegaan, is vooral een gevolg van het opnemen van een zogenoemde disclaimer in het besluit van het Gelders college. Hierin is opgenomen dat betrokkenen geen rechten meer kunnen ontlenen als plannen in vorm of opvang veranderen of onder meer het beleid of de methode voor de uitstoot van stikstof wijzigt. De betreffende afdeling van de Raad van State vindt dat daarmee de rechtbank ten onrechte is voorbij gegaan aan het feit dat de regelgeving en rechtspraak op het gebied van natuurbescherming in een snel tempo wijzigen.

BEWUST

De Raad van State geeft aan dat men zich bewust is dat het vervallen van de vergunningplicht gevolgen heeft voor de ondernemers, derden en de natuur en tot meer rechtsonzekerheid kan leiden. Op grond van de geldende wetgeving in de Wet natuurbescherming wordt het echter niet mogelijk gevonden een natuurvergunning te verlenen aan het bedrijf. Voor de wens van betrokkene uit een oogpunt van rechtszekerheid die vergunning wel te krijgen, bestaat binnen de wet geen ruimte.

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie