
Trein vaak goedkoper dan vliegtuig voor Europese zomervakantie
20 mei 2026 om 08:00 Verkeer en vervoerPUTTEN (APS) Uit een jaarlijkse vergelijking van spaar- en beleggingsplatform Raisin blijkt dat treinreizen voor Europese vakanties deze zomer in de meeste gevallen goedkoper zijn dan vliegen. Voor een gezin van vier personen liggen de kostenverschillen inmiddels aanzienlijk uit elkaar.
De gemiddelde prijs van vliegtickets voor Europese bestemmingen steeg met 13,1 procent: van 808 euro in 2025 naar 914 euro in 2026, exclusief bagage. Treintickets werden in dezelfde periode slechts 2,5 procent duurder en gingen van gemiddeld 500 naar 513 euro. Het verschil tussen beide vervoersmiddelen komt daarmee uit op gemiddeld 401 euro per reis.
Vooral bestemmingen in Duitsland, Oostenrijk en Tsjechië zijn per trein beduidend goedkoper. Een retour naar Innsbruck kost per trein bijvoorbeeld 330 euro, tegenover 1.198 euro per vliegtuig. Ook steden als München en Berlijn behoren tot de voordeligste bestemmingen per spoor.
STEDEN
Vliegtickets zijn naar vrijwel alle onderzochte steden duurder geworden. Alleen voor Wenen daalde de prijs licht, van 987 naar 968 euro voor een retourvlucht. De sterkste stijging werd gemeten bij Innsbruck, waar de ticketprijs met ongeveer een derde toenam. Voor negen van de tien onderzochte bestemmingen is vliegen duurder dan de trein; alleen voor Londen ligt de prijs van een treinreis (652 euro) boven die van een vlucht (554 euro).
Bij vliegtickets komen vaak extra kosten voor bagage. Luchtvaartmaatschappijen rekenen voor Europese vluchten doorgaans tussen de 20 en 70 euro per koffer per enkele reis. Voor een gezin kan dit oplopen tot enkele honderden euro’s extra per retourvlucht.
STABIEL
Treinprijzen blijven over het algemeen stabiel, al zijn er duidelijke regionale verschillen. Reizen naar Duitsland zijn het goedkoopst, met prijzen van 275 euro voor München en 288 euro voor Berlijn. Routes naar Zuid-Frankrijk behoren tot de duurste treinreizen, maar blijven doorgaans iets goedkoper dan vliegen.
De prijsverschillen op het Europese spoor hangen onder meer samen met het gebruik van hogesnelheidslijnen, die vooral richting Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk de kosten verhogen. Richting Midden- en Oost-Europa blijven treinreizen relatief voordelig.
Voor het onderzoek zijn prijzen verzameld voor retourreizen vanuit Amsterdam naar tien Europese steden. Daarbij is gekeken naar reizen in de periode van begin juli tot begin augustus 2026, voor een gezin met twee volwassenen en twee kinderen. Vluchtprijzen zijn berekend zonder bagage en treinreizen zijn geselecteerd met een beperkte afwijking van de snelste verbindingen.












