
Column: Lijnloeder blikt terug op sportcarrière
3 april 2026 om 17:30 OverigMet twee linkerhanden, twee linkerbenen en een beroerde hand-oog coördinatie was het lastig om als kind een sport te vinden waar ik iets van bakte. Ik hoefde niet uit te blinken, maar ik wilde ook niet steeds als laatste over de streep of als eerste uitvallen.
Ik begon als afgestudeerd kleuter (hoe oud ben je dan, zes?) met gymnastiek. Mijn ouders kochten een glitterpakje van de lokale gymvereniging, gympies zonder profiel uit de bak bij de Scapino en ik was klaar voor de kikkersprongen. Kont naar achteren, handen plat op de vloer, knieën gebogen en dan springen, zo ver als je kon.
Helaas ben ik nooit voorbij dat niveau gekomen. Aan mijn inzet lag het niet. Vol overgave maakte ik, na mijn gestuntel, een buiging naar het publiek. Dat zal best schattig zijn geweest. Hoe dan ook. Ouders lachten me toe, gymgenootjes lachten me uit. En dat was ik snel zat. Na één seizoen was ik gymnaste af.
Het glitterpakje werd doorverkocht en ik vermaakte me jarenlang opperbest met skeeleren, voetballen op het veldje voor het huis (waar hele dorpskampioenschappen werden gehouden), skelteren, het dorp doorfietsen op zoek naar verzorgpony’s en stoepranden. Ik was sportief en actief, zolang ik maar niet onder toeziend oog hoefde te presteren. Ik heb nog een blauwe maandag gebadmintond, maar ook dat werd geen carrière. En dat was prima. Ik was geen clubkind.
Mijn kinderen lijken daarin voor geen meter op mij. Zij voetballen, de oudste zelfs al jaren. Er bestaat voor hen geen andere sport. Sterker nog, er bestaat geen andere club dan die waar zij bij horen. En ik heb eindelijk mijn plaats in een team gevonden, 29 jaar na de laatste poging.
Ik ben de twaalfde man.
Het Lijnloeder
De column van het Lijnloeder komt uit de doos van ervaringen van de verschillende redacteurs van BDU Media. Ook een mooie anekdote? Of een verhaal delen? Mail het naar redactie.noordwestveluwe@bdu.nl.












