Pieter van Heiningen schrijft wekelijks columns voor De Puttenaer.
Pieter van Heiningen schrijft wekelijks columns voor De Puttenaer. Eigen foto

Column Pieter van Heiningen: ‘Week van de Hoogbegaafdheid: krijgen slimme kinderen nog steeds te weinig uitdaging op school?’

28 februari 2025 om 17:55 Column

PUTTEN Dinsdag 4 maart begon de Week van de Hoogbegaafdheid. In mijn familie komt hoogbegaafdheid ook voor. Diverse kleinkinderen hebben meer in hun mars dan de gemiddelde leerkracht ontdekte. Toen ze nog jonger waren en ik met pensioen was, haalde ik ze weleens van school.

Belangstellend vroeg ik dan : ,,Hoe was het vandaag?”
,,Saai”, klonk het en was het gesprek alweer voorbij.
Eén van mijn kleinzoons vond het op donderdag wel leuk.
,,Dan zit ik in de trajectklas en doen we moeilijke dingen”, legde hij me uit, waarbij zijn ogen begonnen te stralen.

Gek eigenlijk. Zo’n kind mag dan één keer per week op zijn ware niveau werken. Ik heb weleens met hem geschaakt. In no time had hij mij van het bord geveegd. Maar voor de rest van de week moest hij dezelfde stof maken, die de rest ook deed.

Ik denk dan verder na. In deze tijd, waar het onderwijs beschikt over talloze middelen om het onderwijs aantrekkelijk te maken, zou elk kind datgene moeten krijgen wat het nodig heeft?

Is er in vijftig jaar niets veranderd? Oké, we hebben internet, een digibord, leren met iPads. We geven vanaf groep één Engels en leren kinderen onder andere geestelijke stromingen, lentekriebels en burgerschap.

 ,,Hé, Pieter, let eens op!” riep mijn meester kwaad, omdat ik naar buiten keek. Op dat moment lazen we klassikaal. Maar ik zag hoe een huisvrouw honderd meter verder een kleed bewerkte met een mattenklopper. De klop hoorde ik pas toen ze het ding weer omhoog deed. Zo ontdekte ik dat licht sneller was dan geluid; en mijn meester sneller bij me was om me een draai om de oren te geven.

Ik leerde een iglo bouwen toen ik vijf was. Mijn broer en zus, die ijsvrij hadden, trokken me door het hek. Samen bouwden we een echte iglo van sneeuw. Dat leerde ik niet op school.

Als een onderwijzer ging uitleggen, viel ik in slaap. Waarom mocht ik alvast niet beginnen met m’n werk? Had ik m’n rekenwerk af, kreeg ik nieuwe opgaven. Liever was ik aan het tekenen, mijn favoriete bezigheid. Ik werd soms recalcitrant. Ik merkte dat ik nogal ad rem was. Steeds vaker had ik een weerwoord. Nog vaker werd ik eruit gestuurd. Leraren konden het niet waarderen, als ik een scherpe analyse had, of een kritische vraag stelde. Blijkbaar schaadt het gezag van de leraar degenen die willen leren.

Pieter van Heiningen

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie