
Frank Jongbloed ontdekt de kracht van kleurrijke woorden: ‘Kapsones’
10 juli 2026 om 17:30 ColumnTijdens het eindeschooljaarsfeest van De Schovenhorst stond ik niet op het podium, liep ik niet rond met een microfoon en hield ik geen slecht verstaanbare toespraak. Ik stond vrijwel de hele avond achter de bar. Frisdrank schenken, appelsap inschenken, af en toe een kratje verplaatsen. Een uitstekende plek om mensen te observeren.
Zo ving ik tussen twee bekers cola light door een prachtige opmerking op: “Hij heeft geen cent te makken, maar wel een hoop kapsones.” Zo’n zin blijft hangen. Niet vanwege de inhoud (het ging gelukkig niet over mij) maar vanwege de taal.
Als schoolmeester ben ik dol op dat soort woorden. Woorden die kleur geven aan een gesprek. Woorden die een verhaal vertellen voordat de zin af is. Mijn ouders hadden het vroeger ook over meiers, gladjakkers en sjacheraars. Mensen konden iets kopen voor een habbekrats of probeerden ergens een slaatje uit te slaan. Veel van die woorden komen uit het Bargoens, een kleurrijke mengtaal van marskramers, handelaren, schippers, kermislieden en andere reizende groepen. Ooit was het zelfs een soort geheimtaal. Wie niet tot de groep behoorde, kon soms maar moeilijk volgen waar het gesprek eigenlijk over ging en dat was natuurlijk precies de bedoeling.
Sommige woorden zijn nog altijd springlevend. Gabber. Smeris. Bajes. Kapsones. We gebruiken ze vaak zonder te weten waar ze vandaan komen. Juist dat maakt taal zo bijzonder. Het is levend, creatief en wordt van generatie op generatie doorgegeven.
Misschien is dat ook wel een mooie les voor het onderwijs in 2026. Natuurlijk moeten kinderen goed leren lezen, schrijven en spellen. Dat blijft de basis. Maar taal is meer dan correctheid alleen. Taal is ook nieuwsgierigheid. Verwondering. Spelen met woorden. Ontdekken waarom een habbekrats een habbekrats heet en waarom iemand met kapsones blijkbaar iets anders uitstraalt dan iemand met ‘gewoon’ zelfvertrouwen. Kinderen die plezier krijgen in taal, gaan vaak beter lezen. Kinderen die woorden verzamelen, verzamelen ook kennis. En kinderen die ontdekken hoe rijk onze taal is, krijgen meer grip op de wereld om hen heen.
Dus terwijl op het schoolplein de verse friet werd gebakken, de superzoete suikerspinnen rondgingen en de kinderen genoten van alle activiteiten, stond ik achter de bar te luisteren. Naar gesprekken, verhalen en woorden. Soms denk ik dat je daar misschien wel net zoveel van leert als uit een lesboek. Dus. Bakkes houwe, ore openzette.
Frank Jongbloed














