
Lieset Wolters schrijft intiem boek over ziekte en verder leven: ‘Als je alles verliest, is houvast het enige wat je nog hebt’
26 september 2026 om 17:30 Mensen Tips van de redactiePUTTEN „Als je alles verliest, is houvast het enige wat je nog hebt.” Lieset Wolters schreef tijdens de ziekte van haar man Maurits bijna elke dag op wat er gebeurde en bleef dat doen na zijn overlijden in 2024. Nu verschijnt dit ‘dagboek’ onder de titel Houvast: over acute leukemie, liefhebben en loslaten.
Houvast bestaat in de vorm van hoop, steun van familie en vrienden, van kleine dingen, zegt Lieset Wolters (55). Het werd uiteindelijk de titel van haar boek, het verslag van het ziekbed van haar man Maurits (1971-2024) en haar leven erna. Lieset: „Mijn oudste zus gaf mij het advies een dagboek bij te houden. Ik vond dat eerst onzin, maar ben het toch gaan proberen.”
Ze begon de gesprekken met artsen op te schrijven. „Ook om Maurits te helpen, want het ging om veel informatie en dat was voor hem als patiënt vaak lastig om allemaal te onthouden. Ik richtte me in het dagboek ook letterlijk tot hem, in de hoop dat we er later samen in konden teruglezen.” Houvast werd uiteindelijk een openhartig boek over een intens behandeltraject en het verder leven zonder haar geliefde.
CHECK-UP
Lieset en Maurits ontmoetten elkaar bij het bedrijf in Amersfoort waar Lieset destijds werkte. Hij woonde in Putten en wist haar over te halen hier ook te gaan wonen. Ze probeerde het en voelde zich snel thuis. Jaren later werkte Maurits bij een bedrijf in de chemische industrie, reden voor routinematige check-ups. „Op een dag kwam hij thuis met de mededeling dat hij van de arboarts de opdracht had gekregen naar een hematoloog te gaan.” Lieset haalde na twee dagen haar man over de huisarts te bellen. Die stuurde Maurits onmiddellijk naar het ziekenhuis.
Tekst gaat verder onder de foto
![]()
Lieset Wolters beschrijft haar ervaringen in haar boek Houvast. - Martin Vesseur
RAZENDSNEL
Na een beenmergpunctie en een tijd wachten kondigde de uitslag zich aan in de vorm van een telefoontje. „De arts wilde ons beiden meteen zien. Dan schrik je je wild. Toen we bij de arts aankwamen zei hij: het is AML.” Ofwel acute myeloïde leukemie, een agressieve vorm van bloedkanker die in het beenmerg ontstaat en met spoed moet worden behandeld. „Maurits’ reactie was: ‘Zijn jullie niet in de war met iemand anders? Ik mankeer niets!’ Want dat was zo: hij merkte lichamelijk nog niets. Waarop de arts zei: ‘Dit komt nog niet helemaal binnen bij jullie. Ga eerst naar huis en bel alvast met familie en vrienden. Morgen bel ik terug en maandag laat ik je opnemen.’ Het ging echt razendsnel. Daar hadden we ook geen invloed op, want dit is zoiets ingrijpends dat er als het ware een hele chemotrein op gang moet komen in het ziekenhuis.”
Maurits’ reactie was: ‘Zijn jullie niet in de war met iemand anders? Ik mankeer niets
CHEMO
Want wat direct volgde was de eerste van een aantal chemokuren. „De eerste opname duurde vier tot vijf weken en bestond uit steeds vierentwintig uur chemo en dan een paar dagen naar huis om te herstellen, en dan weer terug. Tijdens de chemo gaat alles kapot, dus eenmaal thuis voelde hij zich eigenlijk het ziekst. Maurits had aanvankelijk ook de slechtst mogelijke variant van AML, later werd dat medium risk. Na de twee opnames was hij in complete remissie en klaar voor de stamceltransplantatie. Na een derde chemokuur krijg je konijneneiwit ter voorbereiding voor een allogene stamceltransplantatie. Dat eiwit wordt vervolgens keer op keer afgestoten, want het is bedoeld om je lichaam zo ver te krijgen dat het daarna de donorcellen van de stamceltransplantatie zal accepteren. Tegen die tijd waren we een half jaar verder. Maurits kon hooguit nog een klein stukje de wijk in lopen, maar als er dan mensen op hem af kwamen met vragen was het snel afgelopen en werd hij overmand door vermoeidheid.”
Ik richtte me in het dagboek letterlijk tot hem, in de hoop dat we later samen konden teruglezen
Als laatste volgden er T-cel transplantaties waarbij zieke cellen worden vervangen door gezonde donorcellen. Hier ging het mis. Maurits overleed uiteindelijk aan de gevolgen van graft-versus-hostziekte, waarbij de donorcellen de gezonde cellen aanvallen.
ERDOORHEEN
Op enig moment las Lieset hem stukjes voor van wat ze had geschreven. „Zodat hij ook kon ervaren hoe het voor mij was, vanuit het perspectief van partner. En hij bleek zich heel veel van wat er gezegd was door artsen en van wat er was gebeurd niet meer te herinneren.” Het schrijven en later het redigeren en controleren van het dagboek voor publicatie waren niet een manier om het ‘een plek te geven’, zegt Lieset, maar meer een manier om ‘erdoorheen te komen’. In haar boek Houvast, dat op 18 september 2026 verscheen in de boekhandels en Bol.com, beschrijft ze de hele periode. Zoals hun reis naar Italië, wat levensgenieter Maurits heel graag wilde, hun halsoverkop terugkeren naar Nederland toen dat toch niet goed ging, de tien weken daarna in het ziekenhuis waarin hij eigenlijk alleen maar zieker werd. En het verschrikkelijke moment waarop Maurits zei ‘Ik kan niet meer’, wat voor Lieset uit de lucht kwam vallen.
Tekst gaat verder onder de foto
![]()
Lieset Wolters thuis in Putten met de inmiddels 8-jarige Dziya, die zij en Maurits samen in huis haalden. - Martin Vesseur
ENERGIE
In enkele dagen kwamen familie en vrienden langs, wat Maurits na de lange periode van isolatie veel positieve energie gaf. Binnen vijf dagen overleed hij. Ook de periode daarna, zo’n anderhalf jaar, komt aan bod in het boek, en dat is niet toevallig. „Ik hoop dat andere partners van patiënten er ook iets aan hebben. Dat ze inzien dat bepaalde dingen die je doet helemaal niet raar zijn. Ik bedoel dat je bijvoorbeeld naar je werk gaat terwijl dit allemaal gebeurt. Of dat je niet alleen maar op een hoekje van de bank zit te rouwen. Ja, dat hoekje van de bank is ook normaal, maar het is niet het enige. Daar schrijf ik openhartig over in mijn boek, vanuit mijn ervaringen als partner.”















