
Column Pieter van Heiningen: ‘Herinneringen aan meester Elzinga met zijn Friese slag’
20 mei 2025 om 15:00 ColumnPUTTEN Het was in de vierde klas van de lagere school. Het gebeurde zomaar. Al veel langer had ik er last van: niet kunnen stilzitten, die eeuwige drang tot bewegen.
Voor schoolbanken was ik geen zegen. In de kerk moest ik naast mijn vader zitten, die hield me strak in de gaten, alsof ik op het punt stond een preek te onderbreken met een handstand. Ik zat liever naast mijn moeder. Die gaf me pepermuntjes en begrip.
Meester Elzinga, een magere, strenge man, stond voor de klas met een gezicht alsof hij ieder moment kon ontploffen. Lesgeven deed hij op volume en dreiging. Alle kinderen waren bang voor hem. Behalve Gerrit, een jongen uit wat men destijds een ‘achterbuurt’ noemde. Die was voor niemand bang. Zelfs niet voor Elzinga.
Ik vond hem meestal eng, die Friese meester. De klas zat gebogen over rekenwerk. Kroontjespennen krasten nerveus op het papier. Sommigen schreven met het puntje van de tong tussen de tanden. Want schreef je slordig, dan moest je alles overmaken. Tucht en trauma in inkt gegoten.
,,Ferry?” blafte Elzinga plotseling. Mijn buurman keek geschrokken op. ,,Wat ben je weer aan het knoeien? Denk je dat je nog in de rimboe zit? Overmaken. Alles!” schreeuwde hij en scheurde ruw twee bladzijden uit het schrift. Ferry, een Moluks vriendje, was nog maar net in Nederland. De dankbare ontvangst bleek inktzwart. Tranen glinsterden achter zijn ogen.
,,U bent zelf een aap”, riep ik, boos. Tegen onrecht kon ik toen al niet. Een grote hand kwam vanuit het niets en landde op mijn wang. Daarna nog één.
,,Brutaal rotjoch! Nablijven, de hele week!” schreeuwde Elzinga, alsof hij net iets heldhaftigs had verricht. Het werd doodstil. Zelfs Gerrit hield zijn mond. Ik deed niets meer en ging met de armen over elkaar zitten, starend naar het bord.
‘Rotkerel’, dacht ik. Maar ik huilde niet. Mijn oren suisden. Ferry keek me aan. Eén blik was genoeg. We begrepen elkaar. De meester had meer dan alleen gezichtsverlies geleden, hij had z’n laatste beetje gezag verkwanseld.
Het jaar daarop was hij verdwenen. Terug naar Friesland. Of terug naar waar mensen zijn soort nog waardeerden – wie zal het zeggen. En dat, beste mensen, was het onderwijs anno toen. Want als er één ding níét werkt in een klas, dan is het iemand zonder hart die denkt dat angst respect is.
Pieter van Heiningen















