
Columnist Pieter van Heiningen is tijdens de vakantie gek op zijn ‘veilige’ stacaravan op de Veluwe
16 augustus 2023 om 10:00 ColumnPUTTEN Deze zomer werd menig toerist in onder andere Italië en Slovenië onaangenaam verrast door extreem weer. Dat was vijftien jaar geleden anders. “Hallo, Pieter, weer terug van weggeweest?” vroeg één van de collega’s. “Ja, zoals je ziet”, antwoordde ik hem met een stralend en door de zon gebruind gezicht. “Tjonge, wat was het prachtig weer en wat was het heet en droog”, ging hij enthousiast verder. “Hoe heb jij het gehad op de Veluwe in je stacaravan?”
“Oh, prima en mooi weer. Vooral veel uitgerust en genoten met zijn allen”, zei ik hem. Ondertussen snuffelde ik de post door. Er zat een kaart van hem en zijn vrouw bij. “Mooie omgeving”, constateerde ik. “Je hebt zeker veel gezien en gedaan.”
“Man, we hebben wat afgereisd en van alles gezien. En gegeten dat we hebben, wel duur, maar heel bijzonder en heel culinair”, reageerde hij spontaan. Ondanks zijn verblijf op subtropische stranden en in mondaine steden deed de bleke kleur in zijn gezicht anders vermoeden. Opeens trok hij een tamelijk pijnlijk gezicht en stamelde hij: “Sorry hoor, maar ik moet even weg.”
Hij rende met een snelheid weg die je eerder van een topsporter zou verwachten en spurtte hij naar het dichtstbijzijnde toilet. Discreet wierp ik me weer op de stapel post en speurde naar meer nieuwsfeiten. Toen viel mijn oog op een krantenkop boven een artikel in een regionaal dagblad : DIARREE, MALARIA EN GEELZUCHT ALS SOUVENIR: Vooral toeristen rond de Middellandse Zee bleken erg vatbaar te zijn voor dergelijke ongemakken. “Dan is de Veluwe toch wat veiliger”, dacht ik hardop, “En mooi weer heb je er ook.”
Een kwartiertje later kwam hij opgelucht maar nog bleekjes terug. “Je bent nogal druk op het toilet”, grapte ik. Hij keek me verwijtend aan. “Ja, helaas heeft een onbekende bacterie ons flink geplaagd, wat echt niet leuk was”, reageerde hij. Terstond draaide hij zich weer om en rende naar het voor hem onderhand bekende toilet. “Lekker, zo’n verre reis”, dacht ik. Even later kwam hij terug. Terwijl hij zijn gezicht afveegde, pakte hij nonchalant zijn aktetas en nam de inhoud van zijn postvakje onder de arm. “Kom”, zei hij, “Laten we maar aan het werk gaan, we hebben nog genoeg te doen voordat de kinderen weer komen.” En daar ging hij weer naar zijn lokaal met opnieuw een tussenstop op het toilet.
Pieter van Heiningen














