Afbeelding
Pieter van Heiningen

Columnist Pieter van Heiningen blikt met weemoed terug op fietsvakanties in ‘Vakantie op de fiets’

8 augustus 2026 om 10:00 Column

Eind juli zag ik, toen ik door Putten fietste, overal campers en caravans staan. Langs de weg, of op de eigen oprit. Tegenwoordig willen we graag luxe op onze vakantie. Dus nemen we dat allemaal mee. Dat was vroeger bij ons anders. We gingen altijd met de fiets op vakantie.

Eind jaren vijftig huurden mijn ouders, we woonden toen in Hengelo, altijd een deel van een huis in Nunspeet. De hutkoffer met beddengoed, handdoeken en dergelijke werd een week van tevoren verzonden via Van Gend & Loos. Dat scheelde weer aan bagage op de fiets. Ik was zeven jaar, toen ik voor het eerst ook zo’n etappe van ruim 90 kilometer mocht fietsen.

Mijn vader reed altijd voorop met zijn oudste zoon naast zich. Daarna volgden mijn twee andere broers. Daarna mijn zus en ik. Mijn moeder fungeerde als bezemwagen. Al snel vroeg ik: “Hoe ver nog?” Mijn vader zei steevast: “We schieten op”, of “We zijn er bijna”. We reden via Holten naar Olst. Daar staken we met de pont de IJssel over om aan de overkant even uit te rusten. Dan volgde nog een bergetappe van ongeveer dertig kilometer.

Iedereen had een fiets die zwaarder was dan een gemiddelde wasmachine. En dan ook nog zonder versnellingen. Achterop hingen tassen die zo vol zaten dat je je afvroeg of er stiekem een complete inboedel mee verhuisde. En ergens bungelde altijd een rol wc-papier voor noodgevallen.

Mijn vader was de onbetwiste kopman. Hij trapte onverstoorbaar door, alsof hij deel nam aan de Tour de France. Ondertussen reden wij puffend achter hem aan, met de wind altijd recht van voren. Mijn moeder had gezorgd voor de lunch. Bijna dertig boterhammen met kaas. Als het warm was, dreef de kaas bijna van je brood. Altijd een hard gekookt eitje. En dan bedoel ik echt hard. Als toetje een banaan die er ondertussen mooi bruin uitzag. Toch was het prachtig. Je leerde doorzetten, kaartlezen, banden plakken en muggen verjagen. En vooral, dat een ijsje na negentig kilometer fietsen smaakte als een maaltijd in een sterrenrestaurant.

Tegenwoordig betalen we duizenden euro’s voor een elektrische fiets. We boeken alleen hotels met airco en klagen als het ontbijtbuffet geen versgeperste jus heeft. Maar diep vanbinnen weten we allemaal: die vakanties op de fiets waren misschien één grote uitputtingsslag… maar tegelijkertijd de mooiste herinneringen die een gezin samen kon maken.

Pieter van Heiningen

Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie
advertentie